Zoetermeer, 20 april 2019

Concept verslag Fusie NVOG met KNVG

Concept afspraken voor de fusie KNVG NVOG
Voorstellen van de besturen naar inhoud en proces

Graag willen wij de commissie Sibinga complimenteren voor het vele werk dat er is verricht en de gepresenteerde resultaten en adviezen die in het eindverslag zijn verwoord. Beslist een goede basis om in de twee organisaties de besprekingen en de besluitvorming in te gaan.

Waarom doen we het?

In de vorige algemene (ledenvergaderingen) van KNVG en NVOG hebben de twee verenigingen besloten het proces in te gaan om tot een fusie van de twee organisaties te komen. Daar waren belangrijke redenen voor:

  1. Al jaren werken de twee organisaties nauw samen als het gaat om de landelijke belangenbehartiging. Dat doen ze op basis van de adviezen van de inhoudelijke adviescommissies. In de adviescommissie pensioenen wordt al 3 jaren intensief samengewerkt en blijken er wel verschillen van opvatting te zijn, maar die lopen dwars door de twee organisaties heen. Na uitgebreide discussie komt de commissie met eensluidende adviezen. Zowel de commissie inkomen en koopkracht en de commissie zorg, welzijn en wonen, werken ook steeds beter samen gedurende ongeveer 2 jaren. De commissies hebben baat bij één bestuur, waarmee het slagvaardiger opereren is.
  2. In een verdeeld veld is het niet goed mogelijk om resultaten te bereiken. Totdat de KNVG en de NVOG intensiever gingen samenwerken was dat vaak het geval. Sinds de samenwerking verstevigd is, spelen de organisaties ten opzichte van andere seniorenorganisaties een krachtiger rol en zeker ten opzichte van andere spelers op de verschillende velden van belangenbehartiging. Structurering van die samenwerking in één organisatie maakt die rol sterker en efficiënter.
  3. Om nog betere resultaten te boeken is het nodig om niet alleen te beschikken over goede kwaliteit, maar ook over een substantiële grootte van de achterban. Het maakt nu eenmaal indruk als je 260.000 mensen vertegenwoordigt.
  4. Het bundelen van die kwaliteit maakt de interne lijnen korter en het uitdragen ervan gemakkelijker. Het zullen ook in de toekomst vrijwilligers zijn die kwaliteit en bestuur zullen invullen, maar in een grotere organisatie kan een betere ondersteuning van die kwaliteit en het beïnvloedingstraject gerealiseerd worden. Zodat de vrijwilligers geholpen worden hun werk beter te kunnen doen.
  5. In de vorige algemene (leden)vergaderingen is al uiteengezet waarom het beter is naar een fusie toe te werken, dan naar een federatie. Het belangrijkste is dat er bij een federatie weer allerlei extra schijven aan de orde zijn en dat de daarmee gepaard gaande bestuurlijke energie en tijd beter anders, dat wil zeggen voor het bereiken van de doelen - de belangenbehartiging- ingezet kunnen worden.
  6. De nieuwe organisatie is een brede alliantie van onze lidorganisaties, KBO-Brabant en FASv. Met altijd openingen om in een latere fase andere organisaties niet alleen erbij te betrekken, maar ook - als daar redenen toe zijn- hechter mee samen te werken. Met een sterke organisaties staan we in het veld van seniorenorganisaties steviger.

Verschillen

Als twee organisaties gaan fuseren, gaat het ook om het in elkaar schuiven van twee culturen. KNVG en NVOG verschillen in dat opzicht historisch gezien van elkaar. De ervaring vanuit de samenwerking op commissie- en bestuurlijk niveau is, dat zij in de afgelopen jaren sterk naar elkaar toe zijn gegroeid. Met als belangrijkste aspect dat het door beide organisatie belangrijk wordt gevonden de gesprekstafel te zien als belangrijkste mogelijkheid om invloed uit te oefenen in de door ons gewenst richting. Dat vraagt de nodige diplomatie. Daarnaast zal het ook, situatie gericht, soms nodig zijn om vanuit de zijlijnen druk uit te oefenen op die gesprekken, bijvoorbeeld door acties en/of publiciteit. Beide organisaties erkennen dat deze combinatie de beste strategie vormt in het bereiken van de doelen van de belangenbehartiging, doelen die in de ‘missie, visie en strategie’ zijn geformuleerd. Om deze strategie heen zal de nieuwe organisatie zijn eigen cultuur gaan vormen, gebaseerd op onder meer de hiernavolgende afspraken over de structuur en de tweeweg-communicatie met de achterban.

Naamgeving

De commissie beveelt aan om een prijsvraag uit te schrijven voor de nieuwe naam van de vereniging. De beide besturen hebben dat idee overgenomen. In dit stuk noemen wij de nieuwe vereniging voorlopig “Senioren Unie Nederland”.

Overige algemene opmerkingen

We gaan er bij het presenteren van onderstaande concept afspraken vanuit dat het gaat om een groeimodel waaraan het nieuwe bestuur leiding zal moeten geven.
In veel gevallen hebben de besturen de adviezen van de fusiecommissie gevolgd. In een paar gevallen zijn de adviezen aangevuld, bijvoorbeeld waar de adviescommissie een inventarisatie heeft gedaan, maar de keuze aan besturen heeft overgelaten, of waar de besturen die aanvulling nodig achtten. In een enkel geval is wat afgeweken van de adviezen, omdat dat voor de acceptatie van de afspraken beter leek.
Dit voorstel omvat allereerst onze concept afspraken voor het tot stand komen van de fusie. Het tweede gedeelte is ons voorstel voor een te hanteren tijdschema voor besprekingen en besluitvorming in onze organisaties. Beide organisaties zullen hun eigen route naar de gezamenlijke momenten uitzetten.

Concept afspraken (waarover de besturen het eens zijn)

We volgen de volgorde van het eindverslag onder hoofdstuk 4.

1. De AV van de NVOG is al met de missie, visie en strategie (MVS) akkoord gegaan, zoals ook het bestuur van de KNVG, gehoord hebbende de ALV van de KNVG.

2. a. Het is goed om bij de start in de structuur niet al teveel te veranderen. Het bestuur gaat wat ons betreft bestaan uit 9 personen, waarbij inbegrepen een vertegenwoordiger van KBO Brabant en FASv, passende binnen de geformuleerde profielen en passend in een collegiaal bestuursmodel. Het is aan te bevelen dat enkele KNVG- en NVOG-bestuurders in het nieuwe bestuur zitting nemen om de continuïteit te waarborgen. Voor ‘nieuw bloed’ zal ook voldoende ruimte moeten zijn. Het bestuur bestaat uit vrijwilligers, dat wil zeggen dat zij alleen een vergoeding krijgen voor gemaakte kosten.

    b. De commissie stelt voor om de bestaande situatie van platforms en regio’s te handhaven, zoals ook hun relatie met het bestuur. Lid-organisaties worden uitgenodigd om lid te worden van de platforms en ook van de regiovergaderingen. Wij onderschrijven het vasthouden van zowel de platforms als de regio’s, maar stellen, anders dan de commissie doet, voor om de contacten met het bestuur gelijk te trekken, waardoor ze een gelijkwaardige positie krijgen en de voorzitters een vergelijkbare rol krijgen als tweeweg communicatieschakel. Het bestuurlijk overleg met de voorzitters van de platforms wordt wat ons betreft uitgebreid met de voorzitters van de regio’s. Het gaat om een tweeweg communicatieplatform, niet om een extra bestuurslaag of extra adviescollege. In het bestuur wordt een portefeuillehouder interne zaken aangesteld, die de contacten met de platforms, de regio’s en de lid-organisaties onderhoudt en zoveel mogelijk aanwezig is op de vergaderingen van de platforms en de regio’s. Hij/zij doet dit in overleg met de vicevoorzitter, die als eerste taak heeft de vergaderingen binnen de vereniging te leiden (zie functiebeschrijvingen) en uit dien hoofde ook contacten heeft met de lid-organisaties. Overigens kunnen ook de voorzitter en de andere bestuursleden en vertegenwoordigers/voorzitters van de adviescommissies van deskundigen worden uitgenodigd de vergaderingen van de platforms en de regio’s bij te wonen.

    c. De bestaande situaties m.b.t. de adviescommissies blijft bestaan. De voorzitters nemen deel aan het beraad van het bestuur als hun onderwerp aan de orde is. Uitgegaan wordt van de commissies ‘pensioenen’, ‘inkomen en koopkracht’, ‘zorg, welzijn en wonen’, communicatie en 'Europa’.

    d. De commissie beveelt aan de nieuwe organisatie te evalueren. Wij stellen voor om dat elk half jaar te doen en uiteindelijk na 3 jaren een definitieve evaluatie te doen met het oog op de daaropvolgende jaren. In de algemene ledenvergadering wordt daarvan verslag gedaan.

    e. We zullen een notaris vragen ons te adviseren met betrekking tot arbitrage en/of een Raad van Advies en of dat nodig is.

    f. Wij ondersteunen het voorstel van de commissie om de ereleden en de leden van verdienste, die dat blijven ten opzichte van de eigen vereniging, maar niet automatisch van de nieuwe vereniging.

3. Wij onderschrijven de voorgestelde bestuurdersprofielen en ook de opvatting dat de voorzitter de eerst aangewezene is voor de externe en communicatie/boegbeeld contacten. Wij achten het een goede zaak als de taken verdeeld worden en de vicevoorzitter de eerste verantwoordelijkheid heeft voor de leiding van de verenigingsvergaderingen en de daarmee in verband staande interne zaken en het onderhouden van de contacten met de geledingen en de lid-organisaties. Dat doet hij/zij on overleg met de portefeuillehouder interne zaken, zie 2b.

4. Wij onderschrijven het voorstel om te komen tot een beleidsondersteuner die het inhoudelijke werk van de vereniging kan ondersteunen, zoals ook de public affairs. Onder public affairs verstaan we de relatie met de publieke, sociale, economische en politieke omgeving. Hoewel wij voorkeur hebben voor een fulltimer volgen wij het advies van de commissie om te kiezen voor het ingroeimodel te beginnen met een driedaagse werkweek. Het nieuwe bestuur kan later de vraag beantwoorden of en wanneer er uitbreiding nodig is. Besluiten dienaangaande door de Algemene ledenvergadering.

5. Zo ook onderschrijven wij de aanstelling van een secretariële medewerker voor drie dagen met de mogelijkheid van eventuele uitbreiding later. De nieuwe organisatie neemt de huidige medewerker van NVOG over inclusief de contractuele verplichtingen en de arbeidsvoorwaarden overeenkomstig de CAO Welzijn. Op het secretariaat wordt gewerkt met vrijwillige medewerkers. Als zij dat willen, worden de bestaande vrijwilligers uitgenodigd hun werk ook in de nieuwe vereniging voort te zetten.

6. a. Ten aanzien van de huisvesting heeft de commissie een aantal overwegingen de revue laten passeren en daarvoor ook berekeningen gemaakt. Los van die overwegingen en berekeningen zijn wij van oordeel dat de focus ligt op slagvaardige belangenbehartiging, maar tegelijkertijd dat die alleen gestalte kan krijgen als er een goed functionerende vereniging aan ten grondslag ligt, waarbij een goede interne verantwoording en een goede tweeweg communicatie de basis zijn voor voldoende draagvlak.

     b. Wij onderschrijven de twee functies van de huisvesting, te weten het zijn van een centraal gelegen ontmoetingscentrum voor verenigingsactiviteiten en de uitvalsbasis voor adequate belangenbehartiging. Wij stellen, om verhuizingskosten etc. te besparen en om de tijd hebben de voor- en nadelen van andere huisvesting goed te kunnen wegen, voor om voorlopig uit te gaan van de huidige huisvesting van de NVOG. Het huurcontract van de kantoorruimte loopt tot februari 2020 en moet februari 2019 worden opgezegd, dan wel verlengd. Wij stellen voor om het nieuwe bestuur rustig de tijd te geven voor het nadenken over eventuele verandering van huisvesting en daarom in februari 2019 vanuit de NVOG met de verhuurder af te spreken het bestaande huurcontract, dat afloopt in februari 2020 met een jaar te verlengen tot februari 2021.

7. Door de commissie zijn de verschillende mogelijkheden financieel uitgerekend. Daarnaast zijn suggesties gedaan voor het op te bouwen noodzakelijke vermogen (voorzieningen/buffers). Tenslotte is een overzicht gegeven van mogelijke contributiegevolgen.

a. Met de commissie gaan we voorlopig uit van een begrotingspost ‘communicatie’ van € 55.000,- voor externe kosten, omdat de externe en interne communicatie voor een sterke organisatie ten behoeve van het bereiken van de doelstellingen van belangenbehartiging noodzakelijk is. Zeker in de eerste jaren als de organisatie op de ‘kaart moet worden gezet’. De geloofwaardigheid is ermee gediend als ook deze activiteiten zoveel mogelijk door vrijwilligers worden gedaan. Alleen waar nodig met professionele ondersteuning van buiten. Het nieuwe bestuur kan na de eerste ervaringen later de vraag beantwoorden of het niet beter is om een deel van dat bedrag te besteden aan de uitbreiding van de uren van de beleidsmedewerker voor public affairs zaken.

b. De commissie heeft de eenmalige kosten voor de implementatie van de fusie buiten beschouwing gelaten (behoorde ook niet tot hun opdracht). Die kosten betreffen niet de inrichting van een kantoor, omdat de kantoorinrichting van de NVOG voorlopig voldoende mogelijkheden biedt, maar de verandering van huisstijl, websites etc. De commissie schat deze kosten, en wij delen die schatting, op € 30.000,-. Dat wil zeggen dat de KNVG en de NVOG beide verantwoordelijk zijn voor € 15.000,-. De NVOG is bereid het volledige bedrag voor de implementatie (€ 30.000,-) voor zijn rekening te nemen, als de KNVG bereid is de contributie met € 0,05 te verhogen tot € 1.30. Hiermee wordt een eenmalige bijdrage omgezet in een structurele aan de begroting.

c. Naar aanleiding van de berekeningen/begrotingen van de commissie stellen wij voor te kiezen voor een contributie van € 1,30 per lid van de lid-organisaties tot een maximum van € 50.000,- per organisatie. De reden om iets hoger te gaan zitten dan het door de commissie aangegeven minimumbedrag is, dat we er bij de start van een nieuwe organisatie verstandig aan doen financieel aan de veilige kant te gaan zitten en om het nieuwe bestuur enige financiële ruimte te geven voor keuzes die in de komende jaren moeten worden gemaakt.

d. Aan de FASv wordt gevraagd een constructie mogelijk te maken zoals die ook geldt voor de KBO-B, met dien verstande dat de FASv als federatie lid-organisatie wordt en de contributie namens de achterliggende lokale seniorenorganisaties afdraagt. Met bijbehorend stemrecht.

e. Wij stellen voor om niet met staffels te gaan werken, maar met een vast bedrag per achterliggend lid, inclusief de afspraak elk jaar de inflatiecorrectie (Consumenten Prijs Index CPI) toe te passen.

f. Bij de NVOG is de staffel in de contributieheffing gekoppeld aan het stemrecht in de algemene ledenvergadering. Wij stellen voor om, nu de staffel verdwijnt, is een alternatief om het stemrecht te koppelen aan (naar rato van) de contributiebetaling: iedere lid-organisatie heeft 1 stem. Vanaf een contributieafdracht van € 3000,- heeft een lid-organisatie 2 stemmen en vanaf een bedrag van € 6.000,- 3 stemmen (maximumaantal stemmen). Ook andere opties zijn mogelijk. Hierover willen we eveneens de notaris raadplegen.

g. Wij stellen voor dat gewerkt wordt volgens de onkostenregeling die wettelijk is vastgelegd, inclusief de maximumbedragen en de regelingen m.b.t. de overschrijding daarvan. Reis- en onkostenvergoeding gelden ook voor de leden van commissies voor landelijke activiteiten.

h. Wij onderschrijven de noodzaak van een startkapitaal van € 150.000,- voor de beoogde doelen en ook het feit dat er gelijkwaardigheid moet zijn van de inbreng van € 75.000,-. NVOG kan dit bedrag betalen uit zijn reserves, de KNVG leden zullen nog ongeveer € 25.000,- bij elkaar moeten brengen via een extra donatie. Wij kunnen instemmen met het advies van de commissie van de lid-organisaties van de huidige KNVG om dat bedrag bijeen te brengen gedurende een periode van drie jaren. Maar dringen erop aan dat lid-organisaties in één keer, bij de overgang naar de nieuwe organisatie, afrekenen. Als dat niet gebeurt dan is de voorwaarde (op papier vastgelegd) dat bij uittreden binnen de drie genoemde jaren na de fusie deze betalingsverplichting opeisbaar is.

i. Wij volgen ook het advies van de commissie aan de NVOG om, bij het aan de lid-organisaties naar rato van de staffel (begrote, betaalde contributie 2019) van hun leden terugbetalen van het na de fusie overgebleven vermogen, het verzoek te koppelen dit bedrag opzij te zetten voor eventuele extra uitgaven van juridische dan wel bijzondere actie-aard. Bij dit soort activiteiten kan namelijk het nieuwe bestuur aan de lid-organisaties vragen om (als de algemene ledenvergadering heeft ingestemd) een doelbijdrage te doneren. Het staat de lid-organisaties vrij om op dat moment te kiezen uit de mogelijke opties. Het staat de lid-organisaties ook vrij om het hun toekomende bedrag te doneren aan de nieuwe organisatie.

8. Interne en externe communicatie is wezenlijk voor een organisatie die vanuit een sterke vereniging aan doeltreffende belangenbehartiging wil doen. Vanwege dit belang dient één van de bestuursleden de portefeuille communicatie op zich te nemen en is contactpersoon voor de externe media. Hij/zij wordt ondersteund door een uitvoerende communicatiecommissie van, eveneens, vrijwilligers. Per onderhavig onderwerp wordt door de communicatiecommissie overleg gevoerd met de betrokken voorzitter van de adviescommissie. De leden van de commissie verdelen de te onderscheiden aandachtsvelden interne communicatie en externe communicatie (waaronder de media).

a. De voorzitter van de vereniging is woordvoerder en, tenzij hij/zij in overleg met de portefeuillehouder (voorzitter communicatiecommissie) kiest voor een andere woordvoerder, bijvoorbeeld als specifieke deskundigheid aan de orde is. Indien nodig kan door de voorzitter van de communicatiecommissie binnen het budget en na overleg met de voorzitter van de vereniging de hulp worden ingeroepen van externe deskundigen. De voorzitter van de communicatiecommissie is de adviseur van de voorzitter van de vereniging voor de externe communicatie en van de vicevoorzitter van de vereniging voor de interne communicatie. Hij/zij is ook de communicatieadviseur van de adviescommissies. 

b. In urgente gevallen (bijvoorbeeld als snel moet worden gereageerd op uitspraken van de minister), zal de voorzitter van de vereniging proberen, als dat nog mogelijk is, snel te schakelen met portefeuillehouder en commissievoorzitter. Met verantwoording achteraf aan het bestuur. 

c. De communicatiecommissies van de huidige organisaties maken samen zo snel mogelijk een communicatieplan in de eerste drie maanden van 2019, doch uiterlijk voorafgaande aan de algemene ledenvergaderingen, waarin de definitieve besluitvorming over de fusie en de onderdelen daarvan plaats vindt. Zodat dit communicatieplan kan worden goedgekeurd in de oprichtingsvergadering. Dit plan is inclusief het antwoord op de vraag hoe de huidige uitingen en middelen in elkaar kunnen overvloeien. Deze plannen behoeven de goedkeuring van de besturen alvorens in de algemene ledenvergadering te worden vastgesteld. Bovendien maken zij een actieplan en tijdschema voor de besturen om de publiciteit te organiseren rondom de fusie.

9.Over de naam en de prijsvraag hebben we het in het begin al gehad. We wachten de inzendingen af en zullen in een gezamenlijke bestuursvergadering KNVG en NVOG een keuze doen voorafgaande aan de oprichtingsvergadering, 26 juni 2019. De NVOG is bereid de suggesties te verzamelen.

10. Als de besluiten over de fusie in de algemene ledenvergaderingen genomen zijn, zullen de afspraken in statuten en huishoudelijk reglement moeten worden vastgelegd, als eerste agendapunt vast te stellen in de constituerende vergadering (oprichtingsvergadering) van de nieuwe organisatie. Direct na de afspraken en voorafgaande aan de algemene ledenvergaderingen waarin KNVG en NVOG definitief beslissen over de nieuwe organisatie, zullen uit beide organisaties een deskundige worden gevraagd om met elkaar concrete voorstellen te doen, die bij een notaris geverifieerd worden alvorens ter goedkeuring te worden voorgelegd.

11. Wij stemmen in met het voorstel van de commissie om op basis van de profielen zo snel mogelijk van start te gaan met de procedure voor de benoeming van een interim- bestuur, die op de oprichtingsvergadering na de vaststelling van de statuten kan worden benoemd als bestuur. Wij stemmen in met het benoemen van een informateur, die op korte termijn onderzoekt wie er vanuit de huidige besturen beschikbaar zijn, wat hun capaciteiten etc. zijn en wat er verder via ‘nieuw bloed’ aan kwaliteiten en competenties nodig is. Belangrijk is dat er een beeld wordt geschapen voor de rollen van mensen die tezamen een goed team kunnen vormen. De informateur heeft zelf geen ambities. Omdat niet vroeg genoeg met dit inventarisatiewerk begonnen kan worden hebben we de voorzitter van de adviescommissie gevraagd deze rol op zich te nemen, Hij heeft die rol aanvaard.

De informateur rapporteert aan beide besturen zijn bevindingen. Vervolgens wordt aan beide organisaties gevraagd om iemand met HRM- en managementervaring te vragen met elkaar de formateurs te worden die daadwerkelijk op grond van de aanbevelingen van de informateur het interim-bestuur formeert. Als de beide besturen met het interim-bestuur kunnen instemmen, bereidt dat bestuur zich voor op het komende werk voor de constituerende ledenvergadering, terwijl de huidige besturen de afronding van de bestaande organisaties en verder lopende zaken op hun schouders blijven houden tot de oprichtingsvergadering

 

 

Zoetermeer, 15 april 2019

Nieuwsbrief nr. 01

Voorwoord

Eind maart j.l. ontving het bestuur het concept verslag van de Federatieraadsvergadering van 21 maart 2019. Naast de formele agendapunten als de benoeming van Theo Bierman tot bestuurslid en de goedkeuring van het Jaarverslag en de Financiële jaarstukken 2018, waren de hoofdonderwerpen:

(1) de herkenbaarheid van de FASv en de interne en externe communicatie of marketing;

(2) de voorgenomen fusie tussen de NVOG en de KNVG. 

(Ad 1) Hetty Zwamborn hield over dit onderdeel een inleiding met de constatering dat leden van de plaatselijke verenigingen tijdens hun (betaalde) werkzame leven veel kennis en ervaring hebben opgedaan. Kennis en ervaring waarmee zij – binnen de FASv - het ouderenbeleid een impuls kunnen geven. Zij pleit dan ook om die expertise te benutten voor de FASv-organisatie. In concreto komt dit neer op a. de oprichting van een Deskundigenbank en b. het vormen van een P.R.-team vanuit die Deskundigenbank. Verheugend was dat staande de vergadering er zeven aanwezigen zich spontaan bij Hetty opgaven als deelnemer aan de Deskundigenbank. Op korte termijn kunt u via de Federatieraadsleden in uw regio meer informatie verwachten over de wijze waarop (plaatselijke) deskundigen zich kunnen aanmelden. 

ad 2) Over de fusie zal Erik Triemstra u in een aparte brief informeren en vragen een standpunt in te nemen.

In het concept verslag van de Federatieraad van 21 maart 2019 kunt u al een en ander lezen. Op 5 juni 2019 nemen de NVOG en KNVG een formeel besluit over de fusie. De inzet is dat de leden van beide organisaties instemmen met de fusie. Het standpunt dat de Federatie op 17 mei a.s. zal innemen in een extra Federatieraadsvergadering, is bepalend voor het standpunt dat de FASv inneemt in de vergadering van de NVOG op 5 juni a.s..

Het wordt een druk voorjaar!

Koos Graniewski, secretaris

 

 

 

Zoetermeer, 30 december 2018

Nieuwsbrief nr. 06

1. De FASv groeit gestaag!
Het aantal verenigingen dat zich aansluit bij de FASv neemt toe. Momenteel zijn 82 verenigingen lid van de FASv. Het bestuur is verheugd dat per 1 januari 2019 ook Limburgse verenigingen zich bij de FASv aansluiten. 

2. Veranderingen op het Federatiebureau
Als u de laatste Federatieraad heeft bezocht of bij onze Ledenraadpleging aanwezig was, bent u op de hoogte van een aantal mutaties binnen bestuur en Federatie-bureau. Bureaucoördinator, Dim de Wijs, nam afscheid. Het bestuur is hem zeer erkentelijk voor zijn jarenlange inzet voor zowel de Nieuwe Bond van Ouderen Nederland (NBvON) als onze Federatie. Hij was voor velen van u het eerste contact met de FASv. Dim is opgevolgd door Antje Nijp, die ook al jaren bij de FASv-organisatie is betrokken. Velen van u kennen haar vooral als coördinator belasting-invulhulpen. Frits Hartman is onze nieuwe beheerder van de website. Ook binnen het bestuur waren er veranderingen; Rein van Dijk had na zijn pensionering minder tijd voor de bestuursactiviteiten binnen de FASv dan voorzien. Gelukkig kon het bestuur als potentieel bestuurslid Theo Bierman binnenhalen. Het bestuur is overigens nog steeds op zoek naar meer leden; de ervaring leert dat een ouderenorganisatie als de onze best kwetsbaar is als bestuursleden met ziekte te kampen krijgen. In 2019 ontstaat een vacature: secretaris, Koos Graniewski, stelt zich – mede om gezondheidsredenen - niet herkiesbaar. Wie neemt de handschoen op? 

3. Nieuwe Federatieraadsleden
Na het vertrek van Piet Peperkamp uit de Federatieraad bestonden in Noord-Holland twee vacatures. Fijn dat die vacatures onlangs zijn ingevuld: de vertegenwoordigers van deze regio zijn: Jan Sanders en Jan Kers. De regio Limburg is vanaf 1 januari 2019 vertegenwoordigd door Jan de Bree en Jan Schipper. Met deze uitbreiding van het aantal Federatieraadsleden groeit tevens de kring van ervaren bestuurders en experts waarvan onze FASv-organisatie kan profiteren. Voor 2019 zijn de volgende data voor een vergadering van de Federatieraad gepland: 21 maart en 21 november 2019. De vergaderingen van de Federatieraad zijn openbaar voor de leden van de FASv. De leden hebben daar tevens inspraakrecht. 

4. Besluiten Federatieraad van 23 november 2018
De Federatieraad keurde het Beleidsplan 2018-2022 goed evenals het herziene Huishoudelijk Reglement en de publieksversie van het Jaarverslag periode 2015-2017. De Federatieraad onderschreef het bestuursvoorstel om de Ledenraadpleging als (regionaal) instrument te benutten (zie ook onder punt 5). 

5. Ledenraadpleging in 2019
Volgens de Statuten dient er in ieder geval eenmaal per twee jaar een Ledenraad-pleging plaats te vinden. Inmiddels is duidelijk dat de leden die frequentie te laag vinden. Op de Ledenraadpleging van 19 oktober 2018 werd de wens uitgesproken om de 2 Ledenraadpleging jaarlijks en regionaal te organiseren. Regionaal omdat veel leden de weg naar Maarssen te lang vinden en daardoor afhaken. Dat is ongewenst. Het bestuur wil in 2019 een vier- tot achttal regionale bijeenkomsten organiseren. De bereikbaarheid van de vergaderlocatie is dan minder belastend. Dit in de verwachting om op deze manier de band tussen de leden, Federatieraadsleden en het bestuur te versterken. 

6. Collectiviteitskorting premie ziektekostenverzekeringen
Met de zorgverzekeraars is alles in theorie goed geregeld. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Zo kan het gebeuren dat zorgverzekeraars niet goed op de hoogte zijn van de afspraken met de FASv. Soms blijkt de FASv bekend te zijn onder de ‘oude’ naam NBvON. De praktijk leert dat als een plaatselijke vereniging een brief aan de zorgverzekeraar stuurt waarin staat vermeld dat betreffende vereniging lid is van de FASv en dat derhalve het plaatselijk lid/verzekerde recht heeft op de collectiviteits-korting die de FASv heeft bedongen, die korting wordt gegeven. Een modelbrief treft u hierbij aan. Zilveren Kruis en de Thomagroep De FASv heeft per 1 januari 2019 een rechtstreeks collectiviteitscontract met het Zilveren Kruis afgesloten. Echter, er blijken praktische problemen te zijn, waarvoor de FASv, het Zilveren Kruis en de Thomagroep een oplossing zochten en vonden. In het verleden kregen verzekerden collectiviteitskorting bij het Zilveren Kruis omdat de plaatselijke vereniging waarvan ze lid waren, was aangesloten bij de NBvON. De collectiviteitkorting was geregeld via een tussenpersoon, de Thomagroep in Lochem. Om deze groep verzekerden ter wille te zijn, is gekozen om in 2019 de situatie voor hen ongewijzigd te laten: bij vragen over zorgverzekeringszaken, veranderingen in de gezinssituatie, etc. kunnen zij – net als de afgelopen jaren – contact opnemen met de Thomagroep. Service telefoon: 0573-222999, Postbus 16, 7240 AA Lochem. Website: www.thomagroep.nl. Voor verzekerden bij het Zilveren Kruis die in 2019 voor het eerst gebruik willen maken van de collectiviteitskorting, geldt 2019 als een overgangsjaar. Zij kunnen de korting regelen via de Thomagroep. Over hoe het in 2020 verder gaat, vindt in de loop van 2019 nader overleg plaats tussen het Zilveren Kruis, de Thomagroep en de FASv. Het resultaat hoort u zo spoedig mogelijk. 

7. Telefonische bereikbaarheid FASv-bureau
Ons bureau is vooral per e-mail bereikbaar. Het bestuur gaat na of er behoefte is om ook op bepaalde dagen en uren telefonisch bereikbaar te zijn. Om dat te onder-zoeken zal Antje Nijp telefonisch bereikbaar zijn onder nummer: 06-38017437 op maandag-, dinsdag- en donderdagochtend van 9 tot 12 uur. Dit telefoonnummer is uitsluitend bestemd voor het secretariaat en niet voor zaken verband houdend met belastingactiviteiten. De proef loopt een half jaar en dan wordt bezien of het zinvol is om de telefonische bereikbaarheid voort te zetten. 

8. Onderbenutting toeslagen voor ouderen
In september jl. ontving u het eindrapport waaraan ook de FASv meewerkte. Op plaatselijk niveau was de info uit dit rapport vooral van belang voor onze Belasting-invulhulpen (BIH), omdat zij vaak als eerste en enigen kennis hebben over de financiële omstandigheden van plaatselijke leden die een beroep op hun deskundigheid doen. 3 In enkele gevallen – o.a. in Zoetermeer – probeert de gemeente de ‘verborgen doelgroep’ te achterhalen. In samenspraak met thuiszorg, huisartsen, welzijnswerk, woningcorporaties, etc. wordt onderzocht of er ouderen zijn die niet worden bereikt. Het zal vaak om ouderen gaan, die een zo laag inkomen hebben dat ze geen belastingaanslag krijgen en mede daardoor geen contact onderhouden met een BIH. Het zal wel even tijd vergen voor er resultaten van dit overleg bekend zijn. Mochten er plaatselijke bestuurders hun ervaring met ons kunnen delen. Dan horen we dat graag. 

9. Verhoging vrijwilligersvergoeding
De belastingdienst verhoogt de maximaal toegestane vrijwilligersvergoeding. Ingaande 1 januari 2019 gaat de maximale vrijwilligersvergoeding, zonder overleggen van bonnen, omhoog van € 1.500,- naar € 1.700,- per jaar. Let er wel op dat de maximale vergoeding per maand € 170,- is. De wet gaat ervan uit dat een vrijwilliger zich maximaal 10 maanden per jaar inzet. 

10. Vrijwilligersverzekering via de VNG
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in samenwerking met Centraal Beheer Achmea twee verzekeringspakketten ontwikkeld, waarbij de risico’s die gepaard gaan met vrijwilligerswerk zo goed mogelijk zijn afgedekt. De gemeente kan met de VNG Vrijwilligerspolis haar vrijwilligers ‘in één klap’ collectief verzekeren. Hierdoor zijn alle vrijwilligers automatisch verzekerd tijdens hun vrijwilligerswerk. Vrijwilligers uit een verzekerde gemeente zijn altijd verzekerd Vrijwilligers uit een verzekerde gemeente, die vrijwilligerswerk gaan doen in een andere gemeente, zijn verzekerd op de polis van de woongemeente. Heeft de werkgemeente of de vrijwilligersorganisatie waarvoor de vrijwilligersactiviteiten worden verricht een eigen vrijwilligersverzekering? Dan is de vrijwilliger via de ‘werkgemeente’ of de vrijwilligersorganisatie verzekerd. Zo valt een vrijwilliger uit een verzekerde gemeente nooit tussen wal en schip. Vrijwilligers uit een onverzekerde gemeente, die vrijwilligerswerk gaan doen voor een organisatie uit een verzekerde gemeente, zijn verzekerd! U kunt bij uw gemeente navraag doen of die een collectieve vrijwilligerspolis heeft afgesloten voor haar vrijwilligers. 

Koos Graniewski, secretaris FASv

 

 

Foto gebruikt onder Creative Commons van MaxAndronicus  © 2016 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode